elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: afdrinken

afdrinken , afdrinken , dat is: een twist, verschil enz. te doen ophouden of vereffenen door een gezamentlijke dronk.
Bron: Panken, P.N. (1850) Kempensch taaleigen, Idioticon I, A-Z, Idioticon II, H-Z, red. Johan Biemans, 2010, Bergeijk.
afdrinken , ofdrinken , sterk werkwoord, overgankelijk , met een borrel weer in het reine brengen (Zuidoost-Drents zandgebied) Zuw het even ofdrinken? Dan proot wij er niet meer over (Sle)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
afdrinken , òfdrinken , door samen te drinken een geschil bijleggen
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
afdrinken , ofdrinken , werkwoord , 1. het bovenste drinken 2. heel veel drinken
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
afdrinken , [afdrinken ] , aafdrinke , 1. het vat leegdrinken 2. na onenigheid samen een glas drinken
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal