elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: afgapen

afgapen , ofgapen , zwak werkwoord, overgankelijk , (Zuidwest-Drenthe, zuid) = behappen Hij kun het haoste niet ofgapen (Hgv)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
afgapen , ofgaapm , opensperren. ’t Stuk is mien te groot um in de mond te stèèkn, ik kan ’t niet ofgaapm.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
afgapen , ofgaepen , werkwoord , aan kunnen, kunnen behappen
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal