elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: afknappen

afknappen , ofknappen , zwak werkwoord, (on)overgankelijk , afknappen De boom knapte of as een lucifersstokkie (And), Ik zal der een stok ofknappen een stuk afbreken (Flu), (fig.) Ik bin op dat hiele gedoe op het lest ofknapt (Pdh), Nao die zwaore griep is opoe helemaol of eknapt (Die), Aj meent daj het veur mekaar hebt, wil het oe nog wel ies bij de haanden ofknappen net helemaal mis gaan (Ruw), z. ook ofbreken
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
afknappen , ofknappen , werkwoord , afknappen
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
afknappen , aafknappe , werkwoord , breken
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeƫ Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal