elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: aflaat

aflaat , [uitstekend deel van een gebouw] , aflaat , aflaot, oflaot , uitspringend gedeelte, aanhangsel eener woning, inzonderheid aan het achtereinde uitgebouwd. Zie: kubbing, uitlaat.
Bron: Molema, H. (1889), Proeve van een woordenboek der Drentsche volkstaal in de 19e eeuw, handschrift
aflaat  , aaflaot , aflaat.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
aflaat , aflaote haole , aflaten verdienen Mit Allerziele mosse wéj vroeger aflaote haole [r.k.] zie Van Dale bij: aflaat.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
aflaat , aaflaot , mannelijk , aafläöt , aflaat.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
aflaat , oflaot , de , oflaoten , (dva, wb) = afdak, z. ook kubbing
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
aflaat , oflaot , de , (r.-k.) = aflaat De pauselijke zegen gef een volle oflaot (Bov)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
aflaat , aflaot , kerkelijke kwijtschelding van straffen. Een tijdelijke aflaat zorgde voor verkorting van de vagevuurtijd; een volle aflaat gaf direct toegang tot de hemel. Vooral Allerzielendag (2 november) was een uitgelezen dag voor het verdienen van aflaten door te gaan persjonkelen.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
aflaat , aflaot , aflaat , Vruuger kriig'de prèntjes meej nen aflaot er'óp, die kon'de mér nie dik genóg óplèèze. Vroeger kreeg je prentjes met een aflaat er op, die moest je telkens weer lezen.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
aflaat , oflaot , zelfstandig naamwoord , de; aflaat, bep. kwijtschelding
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
aflaat , oflaet , oflat , zelfstandig naamwoord , oflaete, oflatte , oflaetjie, oflatjie , aflaat, aan het huis gebouwde loods Zetjie klompe maor in d’n oflaet Zet je klompen maar in de loods Ook oflat
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
aflaat , aoflaot , zelfstandig naamwoord mannelijk , aoflaote , - , aflaat , VB: Zoe 'n 300 daog aoflaot wäore vreuger gaw verdeend.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
aflaat , afloote hoole , afloote hoale , aflaten halen
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
aflaat , aflaot , aflaat (kwijtschelding van straf) , aflaot verdiene = goed werk doen- hij verdien d’unnen’aflaot = hij doet veel goed werk-
Bron: Melis, A. van (2011) Bikse Praot. Prinsenbeeks Dialectwoordenboek. Prinsenbeek: Heemkundekring ‘Op de Beek’
aflaat , aflôt , aflaat
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
aflaat , aaflaot , (vrouwelijk) , aaflaote , 1. aflaat 2. afvoer van de goot , Einen aaflaot verdene.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
aflaat , aaflaot , zelfstandig naamwoord , aaflaote , aafläötje , aflaat (in de r.-k, kerk: kwijtschelding van de tijdelijke straffen die men na de vergeving der zonden nog zou moeten ondergaan)
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.
aflaat , aaflaot , zelfstandig naamwoord, mannelijk , aaflaote , aflaat, ondermelk
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.
aflaat , aflaot , zelfstandig naamwoord , aflaat (r.-k.); – 'nen vollen aflaot; J. Cornelissen & J.B. Vervliet, Idioticon van het Antwerpsch dialect (1899): AFLAAT zelfstandig naamwoord  m. - fig. Nen aflaat aan iet verdienen - afmattende arbeid aan iets moeten besteden.
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant
aflaat , aaflaot , aflaat
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal