elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: alles

alles , aals , alles. Zie: a 5.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
alles , alles , allens , voor: wat begeerlijk is, in: da’s nijt alles = dat is een bedroefde toestand, zoo iets veroorzaakt moeite en zorgen; op zien ol’n dag gebrek mouten lieden is nijt alles; mit ’n kerel troud te wezen dei drinkt, is nijt alles.
alles en alles; allens en allens, alles, zoo mogelijk met versterking van het begrip, alles te zamen genomen, volstrekt alles wat tot een ding of eene zaak behoort; alles en alles mout hij tachentîg gulden betoalen; zij zeggen alles en alles van hōm, dat is al wat maar leelijk is. Ook in tegengestelden zin: da’s alles en alles = da’s alles en nog wat = dat is voortreffelijk, dat is niet genoeg te roemen. Middel-Nederlandsch als ende als = ten eenemale, geheel en al, in ’t geheel, al te zamen.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
alles , als , alles
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
alles , alls , bijwoord , alles. Op eenn alls neet oetdoen, van iem. niet alles zo maar aannemen; alls op alls zetn, alles aan iets wagen
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
alles , alles , allies , onbepaald telwoord , Ook: in zijn geheel, allemaal. | Je moete die pere alles heêl leite. Zegswijze alles het z’n mee en z’n teugen, alles heeft zijn voor- en nadelen. – Da’s ok niet alles teg’loik, dat is ook geen pretje, dat is ook je ware niet. – Dat geeft ok niet alles teg’loik, dat levert ook niet veel op. – Alles komt t’recht, behalve de verzopen dubbeltjes (of je moete de kasteloinsdochter trouwe), spotreactie op de opmerking, dat alles wel terecht zal komen.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
alles , alles , alles. Wae ’t langste laef, krich alles, de buuel én de sènte: wie het langst leeft, krijgt alles. Van alles, dat is houndersjtrónjt: dat is zonder betekenis.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
alles , aal , alles; iederîén, âltîed.
Bron: Kuipers, Cor e.a. (1989), È maes inne taes. Plat Hôrster, Horst.
alles , alles , bijwoord , in sterke mate ’t Liekt er alles op dat... (Sle)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
alles , alles , zelfstandig voornaamwoord , alles Ze hebt door van alles, ...van alles en nog wat (Bov), Bedden en alles haj der in (Bal), Dat is ok nich alles (Nsch), Dat liekt daor ok niet alles te wezen het is daar ook niet alles rozengeur en maneschijn (Emm), Ik wil der alles niet veur hebben niet te veel, gezegd wanneer men iemand een dienst heeft bewezen (Sle),...(And), Ik wil der alles niet veur geven niet veel (Bui), Hie kraomt er van alles oet spreekt wartaal (Man), zie ook al aal
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
alles , alles , alles. Alles went, zelfs angen ‘je kunt overal aan wennen’, Alles kan, be-alve een skeet op een plänkien spiekeren, alles kan be-alve zand knuppen ‘alles kan, behalve het onmogelijke’
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
alles , alles , zelfstandig naamwoord , et; het geheel
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
alles , alles , onbepaald voornaamwoord , alles, al de zaken
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
alles , aal , alles , aal VB: 'r Sjproûng ién 't wäoter mêt sjoon en aal aon. Zw:. 'r Hèt aal d'rdoer gedriejd: hij heeft al zijn geld verbrast. Zw: Ês dat aal van sjöp wats te hebs?: heb je geen betere schop? Zw: Dè aal van te vure wis, dè laag zich: verontschuldiging als iemand iets verkeerds heeft gedaan en de gevolgen ziet. Zw:. M'r kênt neet aal zegke zoonder te sjprëke: gezegd als iemand iets wil verzwijgen. Zw:. Hoüp en aal: het maximale.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
alles , alles , voornaamwoord , alles; Dialectenquête 1879 Kernkamp – Ze nemen aalles wetter te krêgen is; Mandos - Brabantse spreekwoorden (2003) - Alles is kits: de kachel óp bed en de klèène in de koolenbak (Pierre van Beek:-Tilburgse Taalplastiek 1974); Mandos - Brabantse spreekwoorden (2003) - Alles óp zene tèèd èn bóntjes in augustus, èn et kèènd hiet Jaoneke. (Pierre van Beek:-Tilburgse Taalplastiek 1969) - reactie van iemand die tot spoed wordt aangemaand .Variant: Alles óp zene tèèd èn de brèune bôonen in mei .Frans Verbunt: Alles is in òrde: de kachel op bèd èn de klèène in de koolekit
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal