elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: apparatuur

apparatuur , apperetuur , zelfstandig naamwoord , de; apparatuur
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
apparatuur , apperetuur , zelfstandig naamwoord , appretuur, afdeling in de textielfabriek voor veredeling en afwerking van stoffen; Interview dhr. Van den Aker – 1978 – “Daor hèb ik ok in de apperetuur gestaon (Gooyaerts), daor hèk alles gedaon, gepèrst, gestòpt, genòpt”. (transcriptie Hans Hessels 2014)
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal