elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: arbeidersmens

arbeidersmens , [persoon dat arbeid verricht] , arbeidersmensken , mannen en vrouwen tot den dagloonersstand behoorende; Gron. arbaidsmensen.
Bron: Molema, H. (1889), Proeve van een woordenboek der Drentsche volkstaal in de 19e eeuw, handschrift
arbeidersmens , arbaidersmènsen , zie arbaider *.
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)
arbeidersmens , arbeidersmèensch , arbeidsmèens , Ook arbeidsmèens (Zuidwest-Drenthe) = eenvoudig iemand, iemand uit een arbeidersgezin Wij bint arbeidsmèensen, heerschop (bh)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
arbeidersmens , arbeidersmeensken , arbeidersmaensken , meervoud , en var.; mensen uit de arbeidersstand
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal