elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: bar

bar , bar , (bijvoeglijk naamwoord) , Onvruchtbaar, dor. In namen van stukken land. || Barre weer (onder Assendelft, in Buitenhuizen, Polderl. Assend. I f° 2 r°, 15 r° (a° 1599). De barre vennen (zes aaneengedamde stukken land te Zaandijk).
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
bar , bar , erg.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
bar , bar , bijvoeglijk naamwoord en bijwoord , Ook: 1. Onvruchtbaar, dor (verouderd). | ’t Is bar land. 2. Haveloos, kaal, versleten. | Die jas wordt puur bar. ’t Is ’n barre jas. Zegswijze bar en boôs, heel erg.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
bar , bar , bar, erg. Bar ėrch: heel erg.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
bar , bärre , erg, bar.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
bar , bar , barre , Ook barre = 1. erg De biggies wilt barre slecht umliek (Coe), Ze hebt het wel een beetie bar maokt gisteraovend (Vri), Het is barre, barre heel erg (Bei) 2. bar, ruw, onstuimig, streng Hie zat de hiele dag in de barre zun (Sle), ...de bare zunne de volle zon (Rui), Het is een barre winter (Eex), Wat is het min weer niet? Jao bar (Gas) 3. in barre gaon blootsvoets (Ros), zie ook barft
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
bar , bar , bar
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
bar , bar , zelfstandig naamwoord , de 1. bar: tapkast 2. klein café met bar 3. buffetruimte in een hotel e.d.
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
bar , bar , barre , bijwoord , in hoge mate
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
bar , bar , bijvoeglijk naamwoord , ruw, onaangenaam slecht (vooral m.b.t. het weer)
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal