elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: bataljon

bataljon , batteljon , het , batteljons , bataljon Bie de infanterie proot ie van een batteljon (Bov)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
bataljon , batteljon , zelfstandig naamwoord , et; bataljon
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
bataljon , batteljoûng , zelfstandig naamwoord onzijdig , batteljoûngs , - , bataljon , VB: E batteljoûng es 'n dèil van e rizjemeent. Zw: Ze makde nog mie lëve es e gaans batteljoûng
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal