elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: bedaan

bedaan , bedein , bijvoeglijk naamwoord , Gedaan, aan kant. | De hêle was is al bedein.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
bedaan , bedoan , bevuild, b.v. ik hebbe mie bedoan van ’t lachen = ik deed het in de broek van het lachen.
Bron: Bos-Vlaskamp, G. e.a. (1994), Olster woorden, Olst.
bedaan , bedaon , bijvoeglijk naamwoord , 1. dronken 2. vorm van bedoen
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal