elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: beestenspel

beestenspel , beestespul , biestespul , zelfstandig naamwoord , et 1. beestenspel, circus, ook: tent e.d. met aapjes en andere dieren op een markt 2. de vele dieren, vooral: de vele soorten kleinvee die iemand heeft 3. grote bende, troep, ook: zeer wanordelijke situatie, gezegd bijv. van een feest dat uit de hand loopt
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal