elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: befrommelen

befrommelen , befrommelen , werkwoord , voortdurend frommelend bezig zijn
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
befrommelen , befroémele , werkwoord , befroémelde, befroémeld , kreuken
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
befrommelen , [verfrommelen] , befroemele ,  befroemeldje, befroemeldj , verfrommelen, verkreukelen , Dien humme is gans befroemeldj.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal