elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: bietenblad

bietenblad , bieteblad , zelfstandig naamwoord ’t , Blad(eren) van (voerder)bieten. | Wai voere de koeie bei mit bieteblad.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
bietenblad , bieteblad , zelfstandig naamwoord , et 1. loof van bieten 2. blaadje van de biet als plant
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
bietenblad , bieteblaere , zelfstandig naamwoord , bladeren van de suikerbiet (veevoer) Zie ook peeblaere
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal