elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: bietensnijder

bietensnijder , bietesnéêjer , m , bietensnijmachine. zie mangel.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
bietensnijder , bietensnieder , bietenmeul , Ook bietenmeul = machine, waarmee bieten worden gesneden Jan keek aordig zoer, toen Knelis met de bietensnieder gung strieken op de verkoping (Hijk)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
bietensnijder , bietesnieder , zelfstandig naamwoord , de; bietensnijder: hetz. als bietemeule, ook: soort langwerpig hakmes met behulp waarvan men de kop van bieten sloeg of deze in plakken hakte
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal