elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: bijbelkundig

bijbelkundig , biebelkundîg , heet iemand te zijn die vele schriftuurplaatsen van buiten kent en gaarne te pas brengt.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
bijbelkundig , biebelkundig , bijvoeglijk naamwoord , met veel kennis van de bijbel Olde meenschen bint vake meer biebelkundig as de jongen (Rui), (zelfst.) De biebelkundigen zult er wal weer aans over denken (Zwin),
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
bijbelkundig , biebelkundig , bijvoeglijk naamwoord , bijbelvast
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal