elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: bijdag

bijdag , bijdag , de , (Zuid-Drenthe, Midden-Drenthe) = extra vrije dag, niet op zondag vallende kerkelijke feestdag, zoals bijv. biddag, dankdag of Hemelvaart Goede Vrijdag is gien rechte zundag en ook gien worteldag; het is zo’n bijdag (Rui), Wij bint op een bijdag naor oonze volk ewest (Die), zie ook bijzundag
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
bijdag , bi’jdag , zelfstandig naamwoord , de; niet op zondag vallende kerkelijke feestdag, ’extra zondag’
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal