elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: bijdehands

bijdehands , bijderhands , bijerhands, bederhands, bijerhaands, bijerhaans, b , (Zuidoost-Drents zandgebied, Midden-Drenthe). Ook bijerhands, bederhands (Zuidwest-Drenthe, noord), bijerhaands, bijerhaans (Zuidwest-Drenthe), bijerhaand (Zuidwest-Drenthe, Kop van Drenthe) = links bij een span paarden Dat peerd lop baiderhaand (Row), Het bij(d)erhandse peerd had de ziedstreng kapot trökken (Pdh), De boer lop an de bij(d)eraans kaant (Eex), ... bijerands van de wagen (Oos), Dat peerd wil bijerans best trekken en vanderhands wil e niks (And), Het bijderhaandse peerd is aordig wepel (Dwij), Het jonge peerd lop meeisttied bijderhands (Nor)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
bijdehands , bi’jdans , bi’jaans , bijdehands, aan de linkerzijde lopend (van een paard). Een bi’jdans peerd ‘een jong, vurig paard, dat aan de linkerkant van de bok loopt, waar de koetsier zit’. Ook: Gunninks woordenlijst van 1908: bi’jaans (niet Kampen). Zie ook: vandans
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
bijdehands , bi’jderhaans , bi’jdehaans, bi’jhaandig , bijvoeglijk naamwoord, bijwoord , (van een paard in een span) aan de linkerkant ingespannen (staand, lopend), ook gezegd wanneer een paard naar links gaat of moet gaan, bijv. et bi’jdehaanse peerd
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal