elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: bijeneter

bijeneter , bi’je-eter , zelfstandig naamwoord , de; bijenwolf, bep. wesp die op bijen aast
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
bijeneter , bi-jjenaeter , zelfstandig naamwoord, mannelijk , bi-jjenaeters , (Ospels) bijeneter (vogel)
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal