elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: bijenkleed

bijenkleed , bi’jeklied , zelfstandig naamwoord , de; bep. holle doek (veelal van jute), gebruikt om de korf met ‘geschepte’ bijen mee dicht te maken
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal