elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: bijzonderheid

bijzonderheid , bezonderhedes , bezonderhedens , zelfstandig naamwoord meervoud , Bijzonderheden; vreemde dingen of zaken.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
bijzonderheid , bez├│njerheit , vrouwelijk , bez├│njerheite , bijzonderheid.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
bijzonderheid , bezunderheid , de , bijzonderheid Hij hef oes alle bezunderheden verteld (Sle), Der zit nogal wat bezunderheden an dat ding (Emm)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
bijzonderheid , biezunderhied , bezunderhied, bezonderhied, biezonderhied , zelfstandig naamwoord , de; bijzonderheid
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal