elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: bikkelen

bikkelen , [eten] , bikkelen , eten, bikkels kluiven, vinden, verzamelen. “Er valt niet veel te bikkelen”, dat is: schrale schotel.
Bron: Panken, P.N. (1850) Kempensch taaleigen, Idioticon I, A-Z, Idioticon II, H-Z, red. Johan Biemans, 2010, Bergeijk.
bikkelen , bikln , werkwoord, zwak , bikkelen
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
bikkelen , bikkele , knikkeren (met glazen knikkers.)
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
bikkelen , biggele , biggelde, haet gebiggelt , hakken; bikkelen, zie: “Woordenboek van het Sittards dialect van P.J.G. Schelberg”, Kenjersjpeelkes, bladzijde 511.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
bikkelen , bikkeln , biggeln, binkeln , Ook biggeln (Zuidoost-Drents zandgebied), binkeln (Zuidoost-Drents veengebied, Veenkoloniën) = het bikkelspel spelen
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
bikkelen , bikkelen , (Gunninks woordenlijst van 1908) bikkelen (een spel)
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
bikkelen , bikkelen , werkwoord , het bikkelspel spelen
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
bikkelen , bikkele , as je me nou bekôte bikkelt, ik heb nieuws te vertellen; hoor nou ’s!
Bron: Grauw, Sibrand de en Gerard Gast (2014), ABC Dordt. Dordtse woorden en uitdrukkingen, dialect, verhalen en versjes, gedichten en straattypes, Asaprint Uitgeverij, Dordrecht.
bikkelen , bikkele , zwak werkwoord , "Van Dale – met bikkels spelen; N. Daamen - Handschrift 1916 ""bikkelen en bonken - meisjesspel met vier bikkeltjes en een bol, de vier zijden van het bikkeltje heetten: stantjes, snufkes, putters en ruggels"""
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal