elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: biksteen

biksteen , bikstien , de , 1. grote steen, waarop men de te bikken steen laat steunen 2. afgebikte steen Een partij bikstienen (Hgv) 3. werpsteen bij het blokgooien of bikken (Zuidoost-Drents zandgebied)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
biksteen , biksteen , zandsteen
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
biksteen , bikstien , zelfstandig naamwoord , de 1. steen waarop men bikt, veelal keisteen 2. oude steen die men bikt
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal