elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: binnenhalen

binnenhalen , bénnehaole , haolde bénne, haet of is bénnegaolt , binnenhalen.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
binnenhalen , binnenhalen , sterk werkwoord, overgankelijk , binnenhalen Der is een bui op komst, maor gauw het tuug binnenhalen (Odo), Wij hebt het heui mar gauw binnen ehaald (Rui)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
binnenhalen , binnenhaelen , werkwoord , 1. naar binnen brengen, met name van de oogst 2. (bij vissen) naar zich toe trekken, binnen zijn bereik brengen 3. verwerven, tot de zijne/hare maken
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
binnenhalen , [binnenhalen] , bènnehoeale , binnenhalen , D’n ougst bènnehoeale.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal