elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: binnenkant

binnenkant , bénnekanjt , mannelijk , bénnekènj , bénnekènjtje , binnenkant.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
binnenkant , binderkaante , binnekaant, binnenkaant, binnekaante, binnenkaante , zelfstandig naamwoord , de; binnenkant
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
binnenkant , binnekant , binnenkant
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
binnenkant , binnenkante , (zelfstandig naamwoord) , binnenkant.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal