elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: binnenland

binnenland , binnenland , (Hoogeland); landerijen gelegen binnen de oudste zeedijken, ter onderscheiding van uterdieksland en polderland; alzoo spreekt men o.a. van de binnenlanden van Hunsingoo.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
binnenland , binnenlaond , onzijdig , land (?), het dorp
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
binnenland , binnenlaand , 1. binnenland. 2. kamp land zonder de wendakkers
Bron: Steenhuis, F.H. (1978), Stoere en Olderwetse Grunneger Woorden, Wildervank: Dekker & Huisman
binnenland , binnenlaand , het , (Zuidwest-Drenthe, zuid) = buiten de es liggend land Die rogge hebt wij op het binnenlaand verbouwd (Nije)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
binnenland , binnenlaand , zelfstandig naamwoord , et; binnenland
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal