elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: binnenweg

binnenweg , bénnewaech , mannelijk , bénnewaech , bénnewaechske , binnenweg.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
binnenweg , binnenweg , de , binnenweg Alle binnenweggies kunt niet verhard worden (md: Dal)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
binnenweg , binnenweg , bijwoord , 1. binnen door de boerderij gaand 2. zie binderweg
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
binnenweg , binderweg , binneweg, binnenweg , zelfstandig naamwoord , de 1. bekend oud wegtype: min of meer in het midden van de hoge zandruggen gelegen die in de lengterichting van Stellingwarf lopen, vanouds soms niet meer dan een voetpad, vaak i.t.t. de boverweg of buterweg 2. binnenweg 3. kortste weg
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
binnenweg , [binnenweg] , bènnewaeg , (mannelijk) , binnenweg
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal