elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: blaarkop

blaarkop , blaarkop , koe met bles of geheel witten kop.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
blaarkop , bleerkop , (zelfstandig naamwoord) , zie blaar II.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
blaarkop , blaarkop , zelfstandig naamwoord , (KRS: Hout; LPW: Lop), blaarkoei (KRS: Hout) koe met een witte kop en een zwarte ring om de ogen Zie hoofdstuk 4, punt 6: het vee . De Vechtstreek heeft blaar (Van Veen 1989, p. 38).
Bron: Scholtmeijer, H. (1993), Zuidutrechts Woordenboek – Dialecten en volksleven in Kromme-Rijnstreek en Lopikerwaard, Utrecht
blaarkop , blaorkop , blaarkop. De blaorkop was uut de weie ebreukn.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
blaarkop , blaerkop , zelfstandig naamwoord , de; blaarkoe, koe met een blaarkop (zeer grote bles), ook gezegd van een koe met een geheel witte kop en het overige lichaam geheel zwart
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
blaarkop , blèèrkop , koeienras met witte kop
Bron: Melis, A. van (2011) Bikse Praot. Prinsenbeeks Dialectwoordenboek. Prinsenbeek: Heemkundekring ‘Op de Beek’
blaarkop , blèèrkòp , zelfstandig naamwoord , WBD koe met witte kop, ook 'witkòp' genoemd; WNT blaarkoe - koe met eene blaar .blaarkop - eene zeer breede bles, die zich zijdelings over de wangen uitbreidt en de oogen omvat.
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal