elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: bladharken

bladharken , bladhärken , 1. bladharken. 2. uitdrukking voor: dom werk doen door mindervolwaardige personen.
Bron: Bos-Vlaskamp, G. e.a. (1994), Olster woorden, Olst.
bladharken , bladhärken , 1. hi heft ’r iene hen bladhärken: hij is niet helemaal goed wijs; 2. bladharken.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
bladharken , bladharken , werkwoord , blad op gazon enz. bijeenharken, wegharken
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal