elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: bleu

bleu , bleu , voor bloode, beschroomd. , Ge moet niet bleu zijn.
Bron: Panken, P.N. (1850) Kempensch taaleigen, Idioticon I, A-Z, Idioticon II, H-Z, red. Johan Biemans, 2010, Bergeijk.
bleu , bleu , bloode, schroomvallig. Zuid-Holland bleu, Westfaalsch blöe; tautologie bang en bleu, bij Tollens bloo en bang. (v. Dale bleu = bloode). Zie: blou 1.)
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
bleu , bleu* , ook bij v. Dale.
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)
bleu , [soort vlieger] , bleu , soort van vlieger. Een bleu is platter dan de soort die vlieger heet (1889).
Bron: Beets, A. (1954), ‘Leidse woorden en uitdrukkingen’, in: Bicker Caarten, A. (red.), Leids Volksleven, Leiden: Sijthoff
bleu , bleuj , bleu, blode, schuw, verlegen.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
bleu , bleu , bleuer, bleutste , verlegen, zie ook: verlaege.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
bleu , bluëj , verlaege.
Bron: Kuipers, Cor e.a. (1989), È maes inne taes. Plat Hôrster, Horst.
bleu , bluuë , 1) verlegen; 2) bang om de aandacht te trekken of zich te vertonen; bluuë zin, niet flink of zelfbewust zijn, zich niet goed durven uiten in het bijzijn van anderen.
Bron: Crompvoets, H. en J. van Schijndel (1991), Mééls Woordeboe:k. Meijel: Medelo.
bleu , bleu , bijvoeglijk naamwoord, bijwoord , bleu, verlegen Wat is die vent barre bleu, hij durft nog gien meid te vraogen (Geb)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
bleu , bleui , verlegen.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
bleu , bleu , bleu
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
bleu , bleu , bloode, verlegen. Wat is dât jonk nog bleu.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
bleu , bloe , bleu , zelfstandig naamwoord , de 1. bep. overgevoeligheid van een koe tegen zonnebrand 2. bep. bloedziekte die vervelling teweegbrengt, in an de bloe
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
bleu , bleu , bijvoeglijk naamwoord, bijwoord , timide, verlegen
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
bleu , bleu , bijvoeglijk naamwoord, bijwoord , lichtblauw, blauw
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
bleu , bluu , bijvoeglijk naamwoord , bleu , VB: Dat keend ês nog érg bluu vuur z'nne awwer.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
bleu , bleuj , verlegen
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
bleu , blwôôj , bleu, verlegen, bedeesd. in de uitdrukking: “liever blwôôje jan, as dwôôje jan”, “beter blode jan dan dode jan”.
Bron: Luysterburg, J. e.a. (2007), Dialecten in het Zuidkwartier. Hoogerheide, Ossendrecht, Putte, Woensdrecht, Heemkundekring Het Zuidkwartier.
bleu , bluue , bluuejer, bluuedste , bleu, verlegen, zie ook verlaege , Vuuer ziene laeftied is d’r nog bluue.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
bleu , bluë , bleu, schuchter
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal