elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: bliekvaars

bliekvaars , bliekveerze , jonge koe met taaie vloeistof (bliek) in de uier
Bron: Steenhuis, F.H. (1978), Stoere en Olderwetse Grunneger Woorden, Wildervank: Dekker & Huisman
bliekvaars , bliekvèers , de , drachtige vaars Ik heb nog een bliekvèers te koop (Val)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
bliekvaars , bliekveerze , zelfstandig naamwoord , de; vaars die door bliek in de uier te hebben drachtig blijkt te zijn
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal