elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: blikspuit

blikspuit , blikspuit , blikspot, blukspot, blikkietrappen , Ook blikspot, blukspot (Midden-Drenthe), blikkietrappen (Ass) = spel, soort verstoppertje, waarbij een blik midden in een cirkel van ong. 5 mdoorsnee wordt geplaatst. Heeft de zoeker, na eerst tot bijv. 100 te hebben geteld, iemand gezien, dan rent hij naar het blik en roept blikspuit X. De gevondene moet dan in een hok. Zijn meerdere spelers af, dan kunnen de nog niet gevonden spelers proberen ongezien in de kring te komen en het blik buiten de cirkel te schoppen. Dan is iedereen weer vrij en begint het spel van voren af aan. Heeft de zoeker echter iedereen gevonden, dan moet degene, die het eerst af was, in het volgende spelletje gaan zoeken.
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
blikspuit , blikspuit , zelfstandig naamwoord , et; bep. kinderspel gespeeld met een conservenblik of bal
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal