elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: bloemzoete

bloemzoete , blomzûte , (Gunninks woordenlijst van 1908) een vroege appel. Gunninks woordenlijst van 1908: Blomzûte kieken ‘onnozel kijken’
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
bloemzoete , bloemzuten , meervoud , bep. soort appel
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
bloemzoete , blomzoet , zelfstandig naamwoord , blomzoete , blomzoetjie , [O] blanke aagtappel (zoete bewaarappel) Zie beugelzoet
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal