elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: blootje

blootje , bleutien , het , bleuties , (Zuidwest-Drenthe, noord) = kleine bijenzwerm
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
blootje , blotien , zelfstandig naamwoord , et; blootje, in in zien blotien, zie ook onder blote
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
blootje , bluuëtje , bloeëte , zelfstandig naamwoord, onzijdig , blootje, nakie, in ziene -, naakt
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal