elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: aalprikje

aalprikje , aolprikkien , het , aolprikkies , (wb, Zuidwest-Drenthe, zuid, veroud.) = vijf of zes mootjes gebraden paling aan een pennetje. ‘Dat stond in verband met een spelletje op kermissen of marktdagen’ (Hol)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal