elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: aanaarden

aanaarden , aneerden , aanaarden; ook Gron.
Bron: Molema, H. (1889), Proeve van een woordenboek der Drentsche volkstaal in de 19e eeuw, handschrift
aanaarden , [met aarde aanvullen] , aneerden , (zwak werkwoord) , met grond aanhoogen.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
aanaarden , aneerde , werkwoord , Aanaarden, jonge planten met aarde bedekken.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
aanaarden , aanaerde , aerde aan, haet of is aangeaert , aanaarden.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
aanaarden , anaeren , aanaarden.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
aanaarden , anaorden , zwak werkwoord, onpersoonlijk , door vererving verkrijgen Hij kan het ok niet helpen dat hij zo is, het is hum anaord (Bei), Het aordt hum van gien vrömde an hij heeft dat van z’n ouders (Pdh), Het aordt heur van heur moe an (Pdh)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
aanaarden , anèerden , aneerden, anaarden , (Zuidoost-Drents zandgebied, Midden-Drenthe, Zuidwest-Drenthe). Ook aneerden (Noord-Drenthe, Zuid-Drenthe), anaarden (Veenkoloniën) = aanaarden Tegen as de eerpels dichte staot, muj ze aneerden (Eli), Vrogger wuurden de voederbieten ok anèerd (Sle), zie ook anvullen
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
aanaarden , anaorden , werkwoord , de aard, het karakter overdragen
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
aanaarden , aneerden , aneerderen, aneren , werkwoord , aanaarden, met aarde aanvullen
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
aanaarden , anaerde , werkwoord , aerd an, aerde an, añgeaerd , aanaarden van groeiende aardappels Ook añloete, anrugge Zie ook ruchie
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
aanaarden , [besmetten] , anaoren , aarden , besmetten, aansteken; anaorend, besmettelijk.
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.
aanaarden , ònèèrde , zwak werkwoord , aanaarden; WBD I:1453 aardappels aanaarden: 'aonèèrde', 'onéérde'
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal