elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: aanbakken

aanbakken , anbakken , aankleven, kleven, (ook Oostfriesch, Holsteinsch, Westfaalsch, Hoogduitsch); ’t is anbakt, fig. = ’t is van vrijen tot trouwen gekomen; eig.: de snei bakt an; teer bakt an, enz.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
aanbakken , aanbakken , (anbakkǝ) , (sterk werkwoord, intransitief) , Zie de wdbb. – Ook overdr., evenals aanbranden (zie aldaar), onaangename gevolgen hebben. || Dat zel anbakken, as je vader ’et hoort.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
aanbakken , anbakke , werkwoord , Vastbakken. Vgl. Fries oanbakke. Zegswijze dat zel anbakke, dat zal nare gevolgen hebben. – Je zelle nag anbakke, gezegd tegen iemand die moeilijk uit zijn bed kan komen, die dus als het ware aan zijn bed vast zal bakken.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
aanbakken , aabakke , bakde aan, is aagebakke , aanbakken.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
aanbakken , anbakken , sterk, zwak werkwoord, (on)overgankelijk , 1. een korst krijgen door verbranding We hebben gister de eerappels nog anbakken laoten (Klv), De panne was zo an ebakken, hij was haoste niet schone te kriegen (Mep) 2. aankoeken De snei bakt zo an det ie kunt haoste niet lopen deur de dikke ballen onder de klompen (Bro), Snei wil best anbakken under de klompen (Gro) 3. aanbraden (Midden-Drenthe) Het vleis even anbakken (Bal)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
aanbakken , anbakken , aanbakken, vastkleven. Gunninks woordenlijst van 1908: De snee bakt an ‘de sneeuw kleeft, hangt aan’
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
aanbakken , anbakkn , kleven, aanbakken.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
aanbakken , anbakken , werkwoord , 1. aanbakken, vastbakken 2. doen aanbakken
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
aanbakken , anbakken , (werkwoord) , 1. aanbakken, licht bakken; 2. aanbraden. Zie ook: anbraoden; 3. aanbranden. Zie ook: anbrannen; 4. sterk aanvriezen.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal