elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: aanhechten

aanhechten , anhefte , werkwoord , Aanhechten (verouderd).
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
aanhechten , anhechten , zwak werkwoord, overgankelijk , aanhechten Brek mij de draod, zegt de naaister, nou mu’k hum weer anhechten (Mep), Met het breien en het haoken moet de vrouwlie aaid anhechten, as ze wieder wilt (Eex), Bij het spinnen moej het gaoren mangs anhechten (Pdh), Dat papiertien moej anhechten an de breef diej nog stuurt (Hijk), De wagen anhechten aankoppelen (Hgv), In de bouw is anhechten: tiedelijk vaastmaoken (Gas)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal