elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: aanhemelen

aanhemelen , anhemmeln , anhimmeln , zie: hemmeln.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
aanhemelen , anhemmeld , (deelwoord van: anhemmeln), in: ’k bin d’r mooi mit anhemmeld = daar zit ik mooi mee opgescheept, bv. met een persoon of met een lastigen arbeid; ’k bin d’r de hijle dag mit anhemmeld = aan dat werk moet ik den geheelen dag besteden, ik kan niets anders uitrichten; ’k bin anhemmeld = ik heb geen geld meer in den zak. Zie: hemmeln.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
aanhemelen , aanhemmeln , iets netjes maken, schoon schip maken
Bron: Steenhuis, F.H. (1978), Stoere en Olderwetse Grunneger Woorden, Wildervank: Dekker & Huisman
aanhemelen , anhemmeln , zwak werkwoord, overgankelijk , (Zuidoost-Drenthe) = 1. opruimen Zaoterdags meut wie de hof anhemmeln (Bco), Ie magt de dèle wel ies anhemmeln (Pes), Aj eerpels oflevert mot er anhemmeld worden (Eev), Koenen anhemmeln ervoorlangs vegen (Sle) 2. zorgen dat men z’n deel krijgt (Zuidoost-Drents zandgebied) Hie wet zuk wal an te hemmeln (Sle), IJ moet jezölf mor wat anhemmeln, jonges, en zörgen daj goed zat wordt (Zwe), zie ook ofhemmeln
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
aanhemelen , anhemmelen , werkwoord , reinigen, schoonmaken, vooral: door resten weg te nemen, opruimen, door bijeen te brengen, ook: het overschot aan eten opmaken, het laatste voedsel in de voor het voer bestemde goot voor de koeien bijeenvegen
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal