elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: aanjongen

aanjongen , anjongen , zwak werkwoord, onpersoonlijk , door geboorte toenemen in aantal ’t Jongt daor mooi an (Klv)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
aanjongen , ônjônge , ônúíjere , vermeerderen, meer worden
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
aanjongen , anjongen , (werkwoord) , jongen an, an-ejonkt , vermeerderen.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
aanjongen , anjongen , (spottend) vermeerderen (O.-Veluwe).
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal