elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: aankoeken

aankoeken , ankoeken , zwak werkwoord, onovergankelijk , aankoeken De laampe brandt scheif, de heile dechte was ankoukt er zat een laag vet op de lont (Bco)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
aankoeken , añkoeke , werkwoord , koek an, koekte an, añgekoekt , [veroud] aandikken (in materiële zin)
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal