elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: aankoop

aankoop , ankoop , de , aankoop De ankoop van dat stuk laand kwam oous gooud van pas (Eex), Bij ankoop van zoveul bosschuppen kregen wij dat gratis (Schn), Ik heb nait veul geluk had mit mien neie aankoop (Twe)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
aankoop , ankoop , zelfstandig naamwoord , de 1. aankoop: het aankopen; 2. het aangekochte
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal