elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: aanmodderen

aanmodderen , anmoddern , zwak werkwoord, onovergankelijk , blijven knoeien Wij laot heur mar wat anmoddern, het zal wel terechte komen (Koe)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
aanmodderen , anmodderen , werken zonder plan
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
aanmodderen , anmodderen , werkwoord , 1. aanmodderen, voortdurend klungelen 2. een beetje opschieten
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
aanmodderen , [zonder plan werken] , anmodderen , (werkwoord) , modderen an, an-emodderd , aanmodderen.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal