elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: aannemeling

aannemeling , annemeling , de , annemlingen , (Zuidwest-Drenthe, zuid, Zuidoost-Drents veengebied, Veenkoloniƫn) = kind dat aangenomen wordt in de kerk of belijdenis doet Zij waren mit veer aannemelingen (Ros), zie ook annimmer
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
aannemeling , annemelink , catechisant die belijdenis gaat doen
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
aannemeling , anneemeling , zelfstandig naamwoord , anneemelinge , anneemelingchie , [O] iemand die lidmaat van een kerk wil worden, belijdeniscatechesant
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal