elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: aanneuzelen

aanneuzelen , annusseln , zwak werkwoord, onovergankelijk , 1. beuzelen, talmen Hij nusselt aal mor wat an (Gie), Die schöt niet op, die zit aal an te nusseln (Anl) 2. opschieten Ik murre nou wel annusseln, aans koon’k niet klaor (Dwij), zie ook anhusseln
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal