elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: aanscheid

aanscheid , anscheid , inscheid , (Midden-Drenthe, Zuidoost-Drents zandgebied, Kop van Drenthe) Ook inscheid (wb), in anscheid geven tracteren, vaak op jenever, als men ergens nieuw kwam wonen of bij de groten (Sle) of jongbaozen kwam, d.i. bij de jongens van zestien en ouder (Zwe), of wanneer men als nieuwe werkkracht aantrad As vroouger um mei er neie knechten of meiden in het durp kwammen, dan mussen die anscheid geven dan moesten ze de jeugd trakteren (And), ook: trakteren om in de dorpsgemeenschap opgenomen te worden (Bor), Vrömde jonges die bij oes in het darp komt wonen, moet anscheid geven in de vorm van een half liter jenever (Oos), Olde caféholler gaf ofscheid, en neie gaf anscheid op dezelfde aovend (Dro)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal