elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: aansterken

aansterken , aasjtėrke , sjtėrkde aan, haet of is aagesjtėrk , aansterken.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
aansterken , anstarken , zwak werkwoord, onovergankelijk , Var. als bij stark = 1. aansterken Aj ziek west bint, dan moej laoter weer anstarken (And) 2. aanmanen tot spoed (Zuidoost-Drents veengebied, N:Zuidwest-Drenthe)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
aansterken , anstârkn , aansterken. Van dât spul zal hie wel gauw anstârkn.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
aansterken , ònstèèreke , zwak werkwoord , aansterken, consolideren; Cees Robben – om der kas òn te stèèreke;
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal