elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: aanstoker

aanstoker , anstoker , de , anstokers , aanstichter De anstoker van de troep neide der tussenuut ging er snel vandoor (Ruw)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
aanstoker , ènstooker , 1. aanstoker, ophitser; 2. aansteker
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal