elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: aanstrengen

aanstrengen , aansjtrènge , sjtrèngde zich aan, haet zich aangesjtrènk , zich aansjtrènge, zich inspannen.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
aanstrengen , anstrengen , zwak werkwoord, wederkerend , (Zuidoost-Drents zandgebied) = zich inspannen Bij zuk wark möt hij zich aaid anstrengen (Pdh)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
aanstrengen , [zich inspannen] , aanstrenge , strengtj zich aan, strengdje zich aan, zich aan , zich aanstrenge, zich inspannen, moeite doen
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal