elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: aantalen

aantalen , antoalen , aanspreken, als is ’t ook maar met een enkel woordje, bv. met een simpelen groet, wat als blijk van vriendschap geldt bij eene toevallige ontmoeting; zij toalde (hierop den nadruk) mie nijt an = zeide niets tegen mij, zij behandelde mij dus zeer onbeleefd. Nederlandsch aantalen = aanspreken (16e eeuw); = aanspreken, in rechten betrekken (17e eeuw), beide verouderd. Ommel. Landr. V, 21: angetaeld, Old. Landr. IV, 50: angetaelt = aangesproken, aangemaand; Kil. aentale, aenspraeke; Middel-Nederlandsch tale maken = iemand over iets aanspreken; Zweedsch tala, Oud-Friesch tale = spreken, praten. Verdam: aentalen, Middel-Nederduitsch antalen = aanspreken; het woord richten tot iemand. Ghi hebt mi soe vrindelijc anegetaelt met hoveschen woorden ende met sconen.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
aantalen , antalen , antaolen , (Zuidoost-Drents zandgebied). Ook antaolen (Zuidoost-Drents zandgebied, Midden-Drenthe, N) = ter sprake brengen Ik bin het niet met heur iens. As ik heur weer spreek, wil ik dat toch nog ies weer antalen (Sle)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal