elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: aantikken

aantikken , antikke , werkwoord , Ook: optellen, opleveren. | Dat tikt lekker an. Kennelijk wordt hier het aantikken van een kassa bedoeld.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
aantikken , antikken , zwak werkwoord, (on)overgankelijk , 1. aantikken De kiele giet wat lös, tik hum effen weer an mit de hamer (Ker), As iene tikt was, mus hij de andern antikken (Coe), Dat peerd tikt an trapt zichzelf op de voorhoeven (Gro) 2. oplopen Het tikt al gauw an, aj nogal wat bosschuppen neug bint (Hgv) 3. nakomen, later zijn dan (Zuidoost-Drents zandgebied, Midden-Drenthe, Zuidwest-Drenthe, zuid) Een half jaor achter ien antikken ... en dan nog niet weten wat ij wilt, daor mot een ende an kommen (bb)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal